Naar aanleiding van hun echtscheiding twisten de voormalige echtgenoten onder meer over een lijfrentepolis van de man die behoort tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. De man wil dat de polis aan hem wordt toegedeeld. De vrouw wil dat de polis wordt gesplitst, zodanig dat de man en de vrouw elk een eigen polis met een gelijke waarde krijgen.
In eerste instantie wordt het twistpunt aan de rechtbank voorgelegd. De rechtbank overweegt onder meer dat bij toedeling van polis aan de man de vergoeding van de waarde van de polis die aan de vrouw toekomt progressief zou worden belast met inkomstenbelasting op grond van artikel 3:102, lid 3, Wet inkomstenbelasting 2001. Dit gevolg kan slechts worden vermeden door de polis te splitsen, hetgeen de wens van de vrouw is.
De rechtbank oordeelt dat het feit dat toedelen van de polis aan de man en het toekennen van de vergoeding (overbedelingsuitkering) aan de vrouw zou leiden tot een belastingheffing aan de zijde van de vrouw tegen het progressief tarief, een valide argument is voor het standpunt van de vrouw ter zake van de wijze van verdeling.
De vrouw zou immers, indien de polis kan worden gesplitst, op een voor haar gunstig moment over de uitkering de inkomstenbelasting kunnen betalen, te weten in de regel na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, of wanneer er geen of minder inkomen meer wordt genoten uit arbeid. Dan kan maandelijks een lijfrente uitkering plaatshebben en zal in de regel, vanwege de spreiding van de bedragen, minder inkomstenbelasting verschuldigd zijn, dan wanneer ineens over het volledige bedrag moet worden betaald.De rechtbank is van mening dat het daarbij niet uitmaakt of de man al plannen heeft gemaakt voor het aanwenden van de polis en dat het ook niet uitmaakt dat hij de verzekeringnemer is. De polis viel immers in de gemeenschap van goederen. De conclusie van de rechtbank is dat de lijfrentepolis moet worden gesplitst, de man en de vrouw krijgen een eigen polis met gelijke waarde ten tijde van de splitsing.

De man stelt echter hoger beroep in tegen het oordeel van de rechtbank en vraagt het gerechtshof er nog eens naar te kijken.
Het hof is echter van mening dat de rechtbank tot het juiste oordeel is gekomen en heeft ook de gronden waarop de rechtbank haar uitspraak heeft gebaseerd, onderschreven (Hof Den Bosch 7 juli 2015, nr. HD 200.155.930/01 (GHSHE:2015:2506)).

De moraal van het verhaal is dat als je een lijfrentepolis wilt aangaan, het aanbeveling verdient erover na te denken wat er gebeurt in het geval van echtscheiding met de polis. Het kan verstandig zijn tijdens het huwelijk (gesloten in gemeenschap van goederen) huwelijksvoorwaarden te maken of bestaande huwelijksvoorwaarden te wijzigen als het de bedoeling is dat de lijfrente in het geval van echtscheiding bij de verzekeringsnemer moet blijven.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Echtscheidingsplaza.com.